Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 december 2012

Alinea 975 Parket bij de Hoge Raad 18 december 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 december 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW7190.

De processen-verbaal van verhoor geven slechts bij hoge uitzondering blijk van het confronteren van de verhoorde verdachte met mededelingen van een medeverdachte. In het 6e verhoor van [Karin N.] (20 april 1994) wordt haar uitdrukkelijk voorgehouden (kort gezegd) "dat Jane beweert dat één van ons heeft gesproken met iemand bij [de P.]." Bij het 11e verhoor (25 april 1994) wordt haar eveneens een verklaring van [Jane H.] voorgehouden. [Jenny L.] is bij haar 2e verhoor (28 april 1994) geconfronteerd met bijzonderheden van de zaak, het proces-verbaal van de RCID incluis.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dd71af7ddc010aee6e4475d862f7d877a00879807c24e63c549f58a72890638b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dd71af7ddc010aee6e4475d862f7d877a00879807c24e63c549f58a72890638b, en de alinea staat in dat document op bytes 332914 tot 333503.