Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2012

Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW7353.

2.2 Het verzoek om een afkoelingsperiode te gelasten heeft [verzoekster] gedaan door middel van een faxbrief van 16 juni 2011 van haar advocaat. Iedere onderbouwing voor dat verzoek ontbreekt in die brief. In zijn beschikking van 16 juni 2011 vermeldt de rechter-commissaris dat het verzoek van [verzoekster] wordt ondersteund door de curator in het faillissement van [betrokkene 1]. De beoordeling van het verzoek van [verzoekster] geschiedt vervolgens geheel vanuit het belang van de curator. De rechter-commissaris komt op die basis tot de slotsom dat een afkoelingsperiode zal worden gelast, maar verbindt daaraan wel de bepaling: "Indien de curator niet uiterlijk maandagochtend 20 juni aanstaande om 10.00 uur aannemelijk heeft gemaakt dat er een overwaarde kan worden gerealiseerd ten gunste van de boedel bij onderhandse verkoop, zal de rechter-commissaris de afkoelingsperiode beëindigen, opdat de voorgenomen veiling op dinsdag 21 juni aanstaande alsnog kan doorgang vinden." De beschikking van de rechter-commissaris is, gelet op een en ander, aldus te verstaan dat de rechter-commissaris niet in een belang van [verzoekster] maar alleen in een belang van de curator - het krijgen van de gelegenheid om alsnog een onderzoek te doen naar de mogelijke overwaarde van de woning - aanleiding heeft gevonden om een afkoelingsperiode te gelasten. De rechter-commissaris had immers niet kunnen bepalen dat reeds wanneer de curator niet uiterlijk op maandag 20 juni 2011 om 10.00 uur aan zijn opdracht zou hebben voldaan, hij dan de afkoelingsperiode weer zou doen eindigen, indien ook aan het gelasten van de afkoelingsperiode een belang aan de zijde van [verzoekster] zou hebben meegespeeld. De rechter-commissaris is kennelijk ervan uitgegaan dat er aan die zijde geen belang is dat het gelasten van een afkoelingsperiode zou kunnen rechtvaardigen. [Verzoekster] heeft daartegen geen appel ingesteld. Dat betekent dat er in cassatie van uitgegaan kan worden dat [verzoekster] een dergelijk belang ook niet heeft.((2)) Daaruit volgt weer dat wegens gemis aan belang het ingestelde cassatieberoep niet kan slagen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e7dc90d71520055dd556b13bc60b6a979820c2b5f80dcbca184567efdf151a9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e7dc90d71520055dd556b13bc60b6a979820c2b5f80dcbca184567efdf151a9, en de alinea staat in dat document op bytes 10665 tot 12796.