Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2012

Alinea 40 Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW7353.

2.8 Het recht om in een geding te worden gehoord, nauwkeuriger gezegd om de gelegenheid te krijgen om gehoord te worden, vormt, zoals hiervoor al opgemerkt, een fundamenteel rechtsbeginsel voor de behandeling in rechte van een geschil, welk recht mede zijn grondslag in artikel 6 EVRM vindt. Vanwege deze geaardheid van dit recht zal van het rechterlijke apparaat mogen worden verlangd, dat ten behoeve van het bieden van de gelegenheid om gehoord te worden die stappen worden ondernomen waarvan redelijkerwijs mag worden aangenomen dat zij in de gegeven omstandigheden voldoende zijn voor het scheppen van die gelegenheid. In gewone en gangbare situaties zal kunnen worden geëist maar tevens ook voldoende kunnen worden geacht dat de wettelijke regels, die ertoe strekken om het bieden van gelegenheid om gehoord te worden te waarborgen, worden gevolgd. Wanneer zich echter bijzondere omstandigheden voordoen, waarbij kenbaar het aanhouden van deze wettelijke regels niet mogelijk of duidelijk zonder zin is, zal mede aan de hand van die bijzondere omstandigheden moeten worden bepaald wat de passende stappen zijn voor het bieden van de gelegenheid om gehoord te worden.((4))

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e7dc90d71520055dd556b13bc60b6a979820c2b5f80dcbca184567efdf151a9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e7dc90d71520055dd556b13bc60b6a979820c2b5f80dcbca184567efdf151a9, en de alinea staat in dat document op bytes 16927 tot 18118.