Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2012
Alinea 69 Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW7372.
11. Nu er in dit geval naar mijn mening sprake is van een 'prima facie' zaak tegen verzoeker, kon het Hof in zijn bewijsoverwegingen rekening houden met het feit dat verzoeker voor de onder (i) genoemde omstandigheid geen redelijke verklaring heeft gegeven. Door aldus te oordelen heeft het Hof geen onjuiste maatstaf gehanteerd, noch in strijd gehandeld met art. 6 EVRM. Bovendien heeft het Hof in zijn bewijsoverwegingen ruim voldaan aan zijn motiveringsplicht van art. 359, tweede lid, Sv. Het oordeel van het Hof dat verzoeker de dader is van de onderhavige brandstichting is daarom niet onbegrijpelijk en naar de eis der wet met voldoende redenen omkleed.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/43363d3f12ca36cd6ab50fd018ccdf07bebde820d994205a1a582a54a10dec9e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 43363d3f12ca36cd6ab50fd018ccdf07bebde820d994205a1a582a54a10dec9e, en de alinea staat in dat document op bytes 23519 tot 24192.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/43363d3f12ca36cd6ab50fd018ccdf07bebde820d994205a1a582a54a10dec9e | shasum -a 256