Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 juni 2012
Alinea 34 Parket bij de Hoge Raad 12 juni 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 juni 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW7947.
De e-mail van [verdachte] (het hof begrijpt: de verdachte) van 22 januari 2009 sprong eruit qua ernst van de bedreigingen en ook gelet op de aard van de beschuldigingen. Ik voelde mij door deze e-mail buitengewoon gegriefd en in mijn eer en integriteit aangetast. Deze e-mail bevat namelijk een verholen zinspeling op een beschuldiging uit het verleden dat ik in Paramaribo seksuele contacten met minderjarigen zou hebben gehad. Deze beschuldiging is volkomen onwaar. In mijn positie als strafrecht advocaat kan ik mij niet de geringste verdenking van een zodanig feit veroorloven. Het is juist dat ik in die periode een stroom van e-mail ontving (het hof begrijpt: op mijn kantoor te Amsterdam), waarin ik werd bedreigd met moord, doodslag, castratie en wat niet al. Van de meest ernstige van die bedreigingen heb ik ook aangifte gedaan. Maar déze e-mail zinspeelde op seksuele handelingen, dit zit in de privé-sfeer. Deze man probeert mij in mijn hart en in mijn integriteit te raken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dc3b2d1ad58973d1f81797f6904ba148031640239cd90a2d8e179265f7d0d473. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dc3b2d1ad58973d1f81797f6904ba148031640239cd90a2d8e179265f7d0d473, en de alinea staat in dat document op bytes 9664 tot 10665.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dc3b2d1ad58973d1f81797f6904ba148031640239cd90a2d8e179265f7d0d473 | shasum -a 256