Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 juni 2012

Alinea 38 Parket bij de Hoge Raad 12 juni 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 juni 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW7947.

Tot augustus 2009 was ik als journalist in dienstbetrekking bij het Algemeen Dagblad. U laat mij de publicaties zien over de haatmails aan [betrokkene 2] in het Algemeen Dagblad van 29 en 30 januari 2009. De beide artikelen in het AD zijn van mijn hand. Ik heb lang telefonisch gesproken met [verdachte] (het hof begrijpt hier en verder: de verdachte), hij was wel een prater. Hij kwam met dat hele verhaal over zijn schoonvader en de handgeschreven brief die deze zou hebben achtergelaten. Ik had sterk het gevoel dat hij zich aan het verdedigen was. Daarom kwam hij ook met dat hele verhaal over zijn schoonvader en de handgeschreven brief die deze zou hebben achtergelaten. Ik kan mij niet herinneren dat hij heeft gezegd dat hij niet wilde dat over deze kwestie werd gepubliceerd. Ik heb mij de inhoud van de e-mail laten vertellen door [verdachte], die dat uitvoerig heeft gedaan. Als [verdachte] zegt dat hij mij de e-mail heeft gestuurd, dan zou dat kunnen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dc3b2d1ad58973d1f81797f6904ba148031640239cd90a2d8e179265f7d0d473. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dc3b2d1ad58973d1f81797f6904ba148031640239cd90a2d8e179265f7d0d473, en de alinea staat in dat document op bytes 11270 tot 12248.