Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 juni 2012

Alinea 43 Parket bij de Hoge Raad 12 juni 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 juni 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW7947.

"Onduidelijk is gebleven op welke wijze de pers in eerste instantie de informatie heeft verkregen die ten grondslag heeft gelegen aan de publicaties in de Volkskrant van 28 januari 2009 en in de Telegraaf van 29 januari 2009. Wel is gebleken dat de verdachte de e-mail die hij op 22 januari 2009 aan [betrokkene 2] had gestuurd op enig moment vóór 31 januari 2009 heeft doorgestuurd aan [betrokkene 1] - al dan niet na door deze hier om te zijn gevraagd -, wetende dat deze [betrokkene 1] werkzaam was als journalist voor het Algemeen Dagblad en in die hoedanigheid contact had met de verdachte, en wetende dat deze journalist aandacht had voor deze kwestie nu er al over was gepubliceerd. Het hof leidt uit deze feiten en omstandigheden af dat het niet anders kan zijn dan dat de verdachte hiermee het kennelijke doel had ruchtbaarheid te geven aan de in de e-mail genoemde feiten. Het hof acht daarom dit delictsbestanddeel wel bewezen ten aanzien van het Algemeen Dagblad en/of [betrokkene 1]."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dc3b2d1ad58973d1f81797f6904ba148031640239cd90a2d8e179265f7d0d473. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dc3b2d1ad58973d1f81797f6904ba148031640239cd90a2d8e179265f7d0d473, en de alinea staat in dat document op bytes 13440 tot 14452.