Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 juni 2012

Alinea 56 Parket bij de Hoge Raad 12 juni 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 juni 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW7947.

18. In aanmerking genomen dat door de verdachte niet is gesteld dat het bepaalde in art. 261 Sr een ongeoorloofde inbreuk vormt op de in art. 10 lid 1 EVRM verwoorde vrijheid van meningsuiting, alsmede dat de verdachte in hoger beroep werd bijgestaan door een raadsman, dezelfde als in eerste aanleg, en die raadsman kennelijk geen aanleiding heeft gezien om hetgeen door de verdachte naar voren is gebracht nader te onderbouwen of uit te werken,(5) heeft het Hof hetgeen door de verdachte naar voren werd gebracht niet behoeven op te vatten als een verweer als bedoeld in art. 358 lid 3 Sv.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dc3b2d1ad58973d1f81797f6904ba148031640239cd90a2d8e179265f7d0d473. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dc3b2d1ad58973d1f81797f6904ba148031640239cd90a2d8e179265f7d0d473, en de alinea staat in dat document op bytes 20886 tot 21491.