Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 juni 2012

Alinea 34 Parket bij de Hoge Raad 12 juni 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 juni 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW7951.

7. Voor de vraag gesteld of de verklaringen van [slachtoffer 1] en [betrokkene 1] voor zover inhoudende dat het geweld jegens [slachtoffer 1] was gepleegd door [betrokkene 5], aan het bewijs van het onder 1 primair tenlastegelegde in de weg stonden heeft het Hof enerzijds in aanmerking genomen dat deze verklaringen onverenigbaar zijn met de inhoud van andere bewijsmiddelen als door het Hof opgesomd onder de gedachtestreepjes één tot en met zes en zo het door de verdachte op basis van genoemde verklaringen geschetste alternatieve scenario, te weten dat het geweld jegens [slachtoffer 1] niet is gepleegd door hemzelf maar door [betrokkene 5], uitgesloten. Anderzijds heeft het Hof in zijn oordeel betrokken dat er ook andere, door het Hof onder de gedachtestreepjes zeven en acht geschetste feiten en omstandigheden zijn die afdoen aan de geloofwaardigheid van de verklaringen van [slachtoffer 1] en [betrokkene 1] voor zover inhoudende dat het geweld jegens [slachtoffer 1] was gepleegd door [betrokkene 5].

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b0cdcc8ef7fd3edd23523f762965987b77574b6065486dfdae35f3a5afa288ac. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b0cdcc8ef7fd3edd23523f762965987b77574b6065486dfdae35f3a5afa288ac, en de alinea staat in dat document op bytes 12779 tot 13807.