Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 juni 2012
Alinea 40 Parket bij de Hoge Raad 12 juni 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 juni 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW7951.
11. De gedachtestreepjes zes en zeven behelzen feiten en omstandigheden die anderszins afdoen aan de geloofwaardigheid van de verklaringen van [slachtoffer 1] en [betrokkene 1] voor zover inhoudende dat het geweld jegens [slachtoffer 1] was gepleegd door [betrokkene 5]. Gelet op de hiervoor aangehaalde overweging uit HR 16 maart 2010, LJN BK 3359 behoeven deze feiten en omstandigheden niet te berusten op de inhoud van wettige bewijsmiddelen. In dit verband verdient opmerking dat (ook) van feiten en/of omstandigheden die ten grondslag worden gelegd aan een weerlegging van verweren inzake de betrouwbaarheid van het gebezigde bewijsmateriaal niet het wettige bewijsmiddel behoeft te worden aangegeven waaraan die feiten of omstandigheden zijn ontleend(1), en wel omdat - zoals ook voor de onderhavige feiten en omstandigheden geldt - die feiten en omstandigheden niet redengevend zijn voor de bewezenverklaring.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b0cdcc8ef7fd3edd23523f762965987b77574b6065486dfdae35f3a5afa288ac. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b0cdcc8ef7fd3edd23523f762965987b77574b6065486dfdae35f3a5afa288ac, en de alinea staat in dat document op bytes 16231 tot 17160.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b0cdcc8ef7fd3edd23523f762965987b77574b6065486dfdae35f3a5afa288ac | shasum -a 256