Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 juni 2012
Alinea 31 Parket bij de Hoge Raad 12 juni 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 juni 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW7952.
7. Bij de beoordeling van het middel moet het volgende vooropgesteld worden. Artikel 301 lid 4 Sv - welke bepaling ingevolge art. 415 Sv op het rechtsgeding in hoger beroep van overeenkomstige toepassing is - bepaalt dat ten bezware van de verdachte geen acht wordt geslagen op stukken die niet zijn voorgelezen of waarvan de korte inhoud niet overeenkomstig het derde lid is meegedeeld. Deze bepaling strekt ertoe dat de verdachte in het vonnis c.q. arrest niet wordt geconfronteerd met stukken die hij niet kent en die nadelig voor hem zijn.(1) Onder stukken als bedoeld in genoemde bepaling vallen stukken die van invloed kunnen zijn op het bewijs van het tenlastegelegde, de strafbaarheid van het bewezene en van de verdachte of de oplegging van straf of maatregel.(2)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/620bc48089f4d89f042677dc9ef44f6570e26623b3341cf67d16aca63e8238ea. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 620bc48089f4d89f042677dc9ef44f6570e26623b3341cf67d16aca63e8238ea, en de alinea staat in dat document op bytes 8293 tot 9079.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/620bc48089f4d89f042677dc9ef44f6570e26623b3341cf67d16aca63e8238ea | shasum -a 256