Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 juni 2012

Alinea 34 Parket bij de Hoge Raad 12 juni 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 juni 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW7952.

10. Het ten bezware van verdachte acht slaan op niet voorgehouden stukken wordt in art. 301, vierde lid, Sv - anders dan in art. 297, vijfde lid, (oud) Sv - niet met nietigheid bedreigd. Een verzuim op dit punt behoeft indien de verdachte door het verzuim niet is geschonden in het belang dat art. 301, vierde lid, Sv beoogt te beschermen niet tot cassatie te leiden.(4) Mijns inziens doet een dergelijk geval zich hier voor. Het door het Hof voor het bewijs gebezigde proces-verbaal van politie d.d. 21 april 2009 - hetwelk tot de gedingstukken behoort(5) - houdt immers in de kern van de zaak niet meer in dan een bevestiging van hetgeen de verdachte heeft bekend, te weten dat hij op de in de bewezenverklaring genoemde tijd en plaats een motorrijtuig heeft bestuurd zonder dat hij over een rijbewijs beschikte. In dat licht bezien valt niet in te zien in welk (verdedigings)belang van de verdachte is geschaad door de niet-naleving van het bepaalde in art. 301, vierde lid, Sv.(6)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/620bc48089f4d89f042677dc9ef44f6570e26623b3341cf67d16aca63e8238ea. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 620bc48089f4d89f042677dc9ef44f6570e26623b3341cf67d16aca63e8238ea, en de alinea staat in dat document op bytes 10875 tot 11872.