Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 juni 2012
Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 12 juni 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 juni 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW7954.
14. De beantwoording van de vraag ten aanzien van welke 'andere strafbare feiten' in de zin van art. 36e, derde lid (oud), Sr wederrechtelijk verkregen voordeel wordt ontnomen, kan in het midden blijven. Ook dit standpunt is al terug te vinden in de vorengenoemde MvT (Kamerstukken II, 1989/90, 21504, nr. 3, p. 12-13 en 15). Daarbij wordt tevens ingegaan op de aannemelijkheid. Ik citeer:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2ee110c103ae3b51b65588d93baf3f9af3102f1551d673a18d1ae225dbc3a350. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2ee110c103ae3b51b65588d93baf3f9af3102f1551d673a18d1ae225dbc3a350, en de alinea staat in dat document op bytes 16532 tot 16935.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2ee110c103ae3b51b65588d93baf3f9af3102f1551d673a18d1ae225dbc3a350 | shasum -a 256