Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 september 2012

Alinea 71 Parket bij de Hoge Raad 21 september 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 september 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW8304.

3.7 Dat art. 3:301 lid 2 BW specifiek ziet op uitspraken die in de plaats treden van akten tot levering van een registergoed, volgt ook uit het doel van de regeling, zoals onder meer verwoord in de jurisprudentie van uw Raad. De regel is bedoeld om te voorkomen dat uitspraken die ogenschijnlijk aan de regels van het eerste lid voldoen kunnen worden ingeschreven in de openbare registers, terwijl er een rechtsmiddel is ingesteld(15). Door het rechtsmiddel is de betreffende uitspraak na afloop van de beroepstermijn niet in kracht van gewijsde gegaan, maar zonder de regeling van lid 2 zou dat niet bekend zijn bij de betreffende autoriteiten. De griffier van het gerecht dat de uitspraak heeft gedaan moet kunnen verklaren dat binnen de beroepstermijn geen gewoon rechtsmiddel is ingesteld, welke verklaring vervolgens in de openbare registers kan worden ingeschreven(16). Het doel van art. 3:301 lid 2 BW is dan ook om gericht op het waarborgen van de betrouwbaarheid van de openbare registers. Uw Raad heeft daarover in een arrest(17) van 4 mei 2007 overwogen:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/38ec6ae561cf250ddf62727231a85ac5dc21adbc206dba93da46642b200887c8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 38ec6ae561cf250ddf62727231a85ac5dc21adbc206dba93da46642b200887c8, en de alinea staat in dat document op bytes 22619 tot 23697.