Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 juni 2012

Alinea 18 Parket bij de Hoge Raad 26 juni 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 juni 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW9036.

6. De in de appelschriftuur van 26 oktober 2009 gedane opmerkingen betreffende de getuige [betrokkene 1] kunnen niet worden aangemerkt als een opgave van een getuige als bedoeld in art. 410, derde lid, Sv. De desbetreffende opmerkingen zijn immers enkel in de appelschriftuur opgenomen ter onderbouwing van de daarin opgenomen bewijsverweren. Van een bij appelschriftuur opgegeven getuige is derhalve geen sprake. Het bij schrijven van 12 november 2009 gedane, bij schrijven van 4 maart 2010 herhaalde en op de terechtzitting in hoger beroep van 16 maart 2010 gehandhaafde verzoek van de raadsman van de verdachte om [betrokkene 1] als getuige op te roepen, kan worden aangemerkt als een verzoek in de zin van art. 414, tweede lid, in verbinding met art. 263, tweede en derde lid, Sv. Gelet op de omstandigheid dat voornoemde getuige (zoals gezegd) niet bij appelschriftuur door de verdachte (expliciet) is opgegeven, is de maatstaf voor de beoordeling van dit verzoek ingevolge art. 418, derde lid, Sv of de noodzaak daarvan is gebleken.(8)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6edcc35689c714e347e84e189648c64e4fb28e1c9e843621693b974602f9f690. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6edcc35689c714e347e84e189648c64e4fb28e1c9e843621693b974602f9f690, en de alinea staat in dat document op bytes 10384 tot 11439.