Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 juni 2012

Alinea 22 Parket bij de Hoge Raad 26 juni 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 juni 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW9036.

9. Gelet op hetgeen hiervoor onder 8 is uiteengezet, geeft het oordeel van het Hof dat geen noodzaak is gebleken tot het horen van [betrokkene 1], omdat uit het dossier blijkt dat [betrokkene 1] betalingen heeft verricht in de veronderstelling dat het terechte betalingen waren, antwoorden op vragen aan [betrokkene 1] niet kunnen bijdragen aan de beslissingen die het Hof op grond van art. 348 en 350 Sv moet nemen en eventuele vragen over een telefoongesprek van [betrokkene 1] met [betrokkene 2] aan [betrokkene 2] kunnen worden gesteld, geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is het niet onbegrijpelijk. Hetgeen in de toelichting op het middel daartegen wordt aangevoerd(9), doet hieraan niet af. Anders dan de steller van het middel aanvoert, ligt in de overwegingen van het Hof betreffende de afwijzing van het verzoek niet besloten dat het op ontoelaatbare wijze is vooruitgelopen op de door de getuige af te leggen verklaring.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6edcc35689c714e347e84e189648c64e4fb28e1c9e843621693b974602f9f690. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6edcc35689c714e347e84e189648c64e4fb28e1c9e843621693b974602f9f690, en de alinea staat in dat document op bytes 14390 tot 15345.