Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 juni 2012

Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 26 juni 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 juni 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW9036.

20. In geval van een veroordeling behoeven op grond van art. 358, vierde lid, Sv slechts die wettelijke voorschriften te worden vermeld die de toegepaste verbods- en strafbepalingen inhouden en de onmiddellijke grondslag van de veroordeling uitmaken.(14) Naast de wettelijke bepaling waarin de gekwalificeerde delictsvorm strafbaar is gesteld kan ook de bepaling waarin de basisvorm van dat delict strafbaar is gesteld worden beschouwd als een bepaling waarop de straf is gegrond, zodat ook die bepaling moet worden vermeld. Dit is het geval wanneer - zoals in art. 420ter Sr - wordt voortgeborduurd op het basisdelict (art. 420bis Sr). Art. 420ter Sr noemt namelijk niet opnieuw de bestanddelen van witwassen maar bezigt slechts de term "witwassen", zodat voor de inhoud van dit begrip te rade gegaan moet worden bij artikel 420bis Sr.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6edcc35689c714e347e84e189648c64e4fb28e1c9e843621693b974602f9f690. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6edcc35689c714e347e84e189648c64e4fb28e1c9e843621693b974602f9f690, en de alinea staat in dat document op bytes 19135 tot 19984.