Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 juni 2012
Alinea 37 Parket bij de Hoge Raad 26 juni 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 juni 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW9036.
24. Het Hof heeft in de motivering van de opgelegde straf na de weergave van de door de Rechtbank opgelegde straf en de door de Advocaat-Generaal gevorderde straf een uiteenzetting gegeven van de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en over de persoon van de verdachte, waarbij het Hof enerzijds heeft gerefereerd aan het feit dat de rol van de verdachte bij de witwaspraktijken aanzienlijk is geweest en dat hij bij het plegen van dit strafbare feit gebruik heeft gemaakt van zijn internationale contacten en anderzijds heeft gerefereerd aan de omstandigheid dat de verdachte blijkens een hem betreffend uittreksel Justitiële Documentatie niet eerder strafrechtelijk is veroordeeld. Voorts heeft het Hof gemotiveerd uiteengezet dat het een hogere straf oplegt dan door de Advocaat-Generaal is gevorderd, nu de gevorderde straf geen recht doet aan de ernst van de feiten. Het Hof heeft in de strafmotivering ten aanzien van de ernst van feit 1 de volgende uitgebreide uiteenzetting gegeven. Door dergelijke witwaspraktijken wordt het plegen van criminele activiteiten vergemakkelijkt, in stand gehouden en bevorderd, terwijl het witwassen van geld een bedreiging van de legale economie vormt en de integriteit van het financiële en economische verkeer aantast. De verdachte heeft door zijn handelen bijgedragen aan een zeer geraffineerde vorm van oplichting die ertoe heeft geleid dat mensen hun geld hebben overgemaakt en op die manier zijn kwijtgeraakt met voor hen allerlei (financiële) gevolgen en persoonlijk leed, waarbij ernstig misbruik is gemaakt van het vertrouwen van deze personen. De verdachte heeft uit louter financieel gewin gehandeld zonder rekening te houden met de gevolgen van zijn handelen voor de slachtoffers en hij heeft ernstig misbruik gemaakt van de naïviteit van zijn toenmalige vrouw ([betrokkene 2]). Daarnaast heeft het Hof ten aanzien van de ernst van feit 2 nog overwogen dat de verdachte door dit feit het vertrouwen heeft geschaad dat in het (internationale) personenverkeer in identiteitspapieren moet kunnen worden gesteld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6edcc35689c714e347e84e189648c64e4fb28e1c9e843621693b974602f9f690. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6edcc35689c714e347e84e189648c64e4fb28e1c9e843621693b974602f9f690, en de alinea staat in dat document op bytes 21749 tot 23856.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6edcc35689c714e347e84e189648c64e4fb28e1c9e843621693b974602f9f690 | shasum -a 256