Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 juni 2012

Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 22 juni 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 juni 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW9067.

15. Bij de opvatting dat de zaak die tussen de zich voegende partij en de "wederpartij" gaat lopen, moet worden aangemerkt als een zelfstandige zaak die moet worden onderscheiden van de zaak tussen die "wederpartij' en de partij aan wier zijde de voeging plaatsvindt, zou van de bedoeling waaraan het rechtsinstituut van de voeging zijn zin ontleent, weinig terecht komen. De rechter zou dan namelijk de stellingen van de gevoegde partij niet in aanmerking mogen nemen in de zaak van de partij aan wier zijde de voeging plaatsvond (tenzij die partij die stellingen had "overgenomen" en/of tot de hare gemaakt).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d0b2218cc7425f59e8241ece136c59d7b8838ec259b8dfdd52868369fda372b9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d0b2218cc7425f59e8241ece136c59d7b8838ec259b8dfdd52868369fda372b9, en de alinea staat in dat document op bytes 13473 tot 14096.