Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 juni 2012
Alinea 85 Parket bij de Hoge Raad 22 juni 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 juni 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW9067.
7 Ik vind voor deze gedachten steun in HR 7 april 1989, NJ 1989, 552, rov. 3.1 en 3.2. Blijkens die overwegingen wordt een zich voegende partij, partij in het geding tussen de aanvankelijke procespartijen. Zie ook Burgerlijke Rechtsvordering (losbl.), G. Snijders, § 3, Voeging en tussenkomst, aant. 2 en aant. 5; Asser Procesrecht/Van Schaick 2, 2011, nrs. 45 en 46; De Folter, Vrijwaring en Interventie, 2009, nrs. 131, 132, 145.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d0b2218cc7425f59e8241ece136c59d7b8838ec259b8dfdd52868369fda372b9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d0b2218cc7425f59e8241ece136c59d7b8838ec259b8dfdd52868369fda372b9, en de alinea staat in dat document op bytes 31309 tot 31754.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d0b2218cc7425f59e8241ece136c59d7b8838ec259b8dfdd52868369fda372b9 | shasum -a 256