Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 juni 2012

Alinea 95 Parket bij de Hoge Raad 22 juni 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 juni 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW9067.

17 Ik denk overigens dat de bijzondere regel van art. 7:219 BW in een geval als het onderhavige niet of nauwelijks aan de orde komt. Wanneer een huurder het gebruik van het gehuurde op de voet van onderhuur aan een ander "overlaat", moet dat in de regel worden aangemerkt als het toevertrouwen van de nakoming van de verplichting tot gebruik als goed huurder aan een "hulppersoon" in de zin van art. 6:76 BW, zoals dat bij de verplichtingen van de werkgever wel is aangenomen in zaken als die uit HR 10 juni 2011, NJ 2011, 273, rov. 4.3.1 - 4.3.3. Aan het in sommige opzichten ruimere, maar in andere opzichten weer beperktere bereik van art. 7:219 BW kan dan voorbij worden gegaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d0b2218cc7425f59e8241ece136c59d7b8838ec259b8dfdd52868369fda372b9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d0b2218cc7425f59e8241ece136c59d7b8838ec259b8dfdd52868369fda372b9, en de alinea staat in dat document op bytes 33277 tot 33972.