Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 juni 2012
Alinea 101 Parket bij de Hoge Raad 26 juni 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 juni 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW9187.
25. Gelet op de bovengenoemde uit de bewijsmiddelen blijkende feiten en omstandigheden alsmede in aanmerking genomen dat de verklaring van de verdachte dat hij sliep tot aan het moment van de aanhouding, geen geloof verdient, en dat de verdachte wisselend heeft verklaard over de reden van de aanwezigheid van verdachte en de andere inzittenden van de auto ter plaatse en waar zij vandaan kwamen, heeft het Hof kunnen oordelen dat de verdachte betrokken is geweest bij de bewezenverklaarde poging tot inbraak in de bakkerij. Waarom die betrokkenheid heeft bestaan in medeplegen en niet in medeplichtigheid laat het Hof in het midden. Mogelijk heeft het Hof niet onbegrijpelijk geoordeeld dat de verdachte niet is opgetreden als chauffeur van de auto waarmee de inzittenden van de auto zich verwijderden van de plaats van het misdrijf en dus de werkverdeling tussen verdachte en de andere inzittenden van de auto aldus moet zijn geweest dat verdachte en [betrokkene 3] de inbraak zouden plegen, maar dat overweegt het Hof niet. Ook anderszins maakt het Hof niet duidelijk waarom verdachtes betrokkenheid heeft bestaan in medeplegen. In zoverre is de bewezenverklaring dus onvoldoende gemotiveerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2dbab2ce867dab11a465f847bdbf0b5fa05594295dea4b9ea6857e1d080f4d1f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2dbab2ce867dab11a465f847bdbf0b5fa05594295dea4b9ea6857e1d080f4d1f, en de alinea staat in dat document op bytes 29587 tot 30795.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2dbab2ce867dab11a465f847bdbf0b5fa05594295dea4b9ea6857e1d080f4d1f | shasum -a 256