Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 juni 2012

Alinea 78 Parket bij de Hoge Raad 26 juni 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 juni 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW9187.

11. Het Hof heeft zowel in bewijsmiddel 1 (verklaring ter terechtzitting in hoger beroep) als in bewijsmiddel 5 (verklaring tegenover de politie) de verklaring van de verdachte opgenomen dat hij in de auto lag te slapen. Blijkens de nadere bewijsoverweging heeft het Hof beide verklaringen of één van deze verklaringen kennelijk aldus verstaan dat verdachte daarmee tot uitdrukking bracht dat hij lag te slapen tot het moment van de aanhouding. Hoewel het voor de hand ligt dat het Hof daarbij het oog heeft op de verklaring ter terechtzitting in hoger beroep, behelst het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep niet de uitdrukkelijke verklaring van de verdachte dat hij sliep tot het moment van aanhouding, terwijl gelet op de gebezigde bewoordingen in diens verklaring tegenover de politie voor zover voor het bewijs gebruikt eerder dan in diens verklaring ter terechtzitting in hoger beroep besloten kan worden geacht dat diens verklaring inhield dat hij sliep tot het moment van aanhouding. Daarom houd ik het erop dat het Hof het oog had op verdachtes verklaring tegenover de politie.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2dbab2ce867dab11a465f847bdbf0b5fa05594295dea4b9ea6857e1d080f4d1f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2dbab2ce867dab11a465f847bdbf0b5fa05594295dea4b9ea6857e1d080f4d1f, en de alinea staat in dat document op bytes 22801 tot 23919.