Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2012

Alinea 111 Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW9244.

4.24 Volgens onderdeel 1g vitieert gegrondbevinding van één of meer van de voorgaande klachten tevens 's Hofs oordeel (in rov. 3.14 t/m 3.16) dat de vorderingen van [eiser] tot betaling van schadevergoeding wegens aantasting van zijn eer en goede naam en tot afgifte door TGB van een integriteitsverklaring niet toewijsbaar zijn. Volgens het onderdeel bouwt dit oordeel immers (mede) voort op 's Hofs oordeel dat TGB [eiser] terecht verwijt zijn contractuele geheimhoudingsplicht te hebben geschonden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/09189edf0b1b49006b801c4eaad58ad3d1fab880f603e7f217fb3f1c718f2f7a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 09189edf0b1b49006b801c4eaad58ad3d1fab880f603e7f217fb3f1c718f2f7a, en de alinea staat in dat document op bytes 57791 tot 58307.