Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2012

Alinea 148 Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW9244.

4.35 Het moge zo zijn dat [eiser] bij de gevraagde stukken belang had in de appelinstantie, daarmee is nog niet gezegd dat hij er ook belang bij heeft na verwijzing. Immers is er na verwijzing geen ruimte meer voor een debat over eventuele nieuwe feiten. Men zou kunnen tegenwerpen dat [eiser] stukken waarover hij niet eerder de beschikking had niet in geding kon brengen, maar de vraag is gewettigd of die tegenwerping voldoende hout zou snijden. In dit verband ware te bedenken dat het de eigen keuze is geweest van [eiser] om de litigieuze vordering in deze procedure eerst in appel te lanceren. Zou hij dat eerder hebben gedaan, dan zou de vordering mogelijk in prima zijn toegewezen of had hij in de afwijzing aanleiding gevonden om de vordering nader toe te spitsen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/09189edf0b1b49006b801c4eaad58ad3d1fab880f603e7f217fb3f1c718f2f7a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 09189edf0b1b49006b801c4eaad58ad3d1fab880f603e7f217fb3f1c718f2f7a, en de alinea staat in dat document op bytes 76738 tot 77524.