Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2012

Alinea 154 Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW9244.

4.39 De klacht stuit op het voorafgaande af. Het Hof heeft de juiste maatstaf toegepast. Voor het overige is zijn oordeel van feitelijke aard;(35) onbegrijpelijk is 's Hofs oordeel (zeker) niet. Met name springt niet in het oog dat juist is de in het onderdeel betrokken stelling dat het, nog wel "onmiskenbaar", zou gaan "een (beperkt) aantal stukken die betrekking hebben op een geïndividualiseerd dossier." Ten overvloede stip ik daarbij nog aan dat de rechter niet beschikt over de mate van helderziendheid waarmee [eiser] of zijn advocaat kennelijk is begiftigd. De rechter kan immers niet beoordelen wat de inhoud, context of aanleiding is van stukken die hij niet kent, dat het gaat om een beperkt aantal stukken en dat deze (alle) betrekking hebben op een geïndividualiseerd dossier.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/09189edf0b1b49006b801c4eaad58ad3d1fab880f603e7f217fb3f1c718f2f7a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 09189edf0b1b49006b801c4eaad58ad3d1fab880f603e7f217fb3f1c718f2f7a, en de alinea staat in dat document op bytes 79842 tot 80648.