Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2012
Alinea 55 Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW9244.
4.3.2 Bovendien brengt het Hof, geparafraseerd weergegeven, tot uitdrukking dat het in casu mogelijk en daarom noodzakelijk was geweest om de pretense ernstige misstand (het Hof laat nadrukkelijk in het midden of daarvan daadwerkelijk sprake was) eerst bij KBL, KBC en, indien nodig, bij AFM te melden (rov. 3.7.5). De steller van het onderdeel kan worden toegegeven dat onder omstandigheden zodanige anterieure melding niet kan worden gevergd, maar het onderdeel blijft steken in abstracte stellingen. Het voert met name niet aan dat [eiser] op dit punt in feitelijke aanleg aandacht heeft gevraagd voor feitelijke omstandigheden (zoals de vrees voor het verdwijnen van bewijsmateriaal) die hem in het onderhavige geval noopten te handelen zoals hij heeft gedaan. Een hierna te bespreken klacht gaat wél in op een aantal bijkomende omstandigheden. Deze zullen in het kader van die klacht worden behandeld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/09189edf0b1b49006b801c4eaad58ad3d1fab880f603e7f217fb3f1c718f2f7a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 09189edf0b1b49006b801c4eaad58ad3d1fab880f603e7f217fb3f1c718f2f7a, en de alinea staat in dat document op bytes 27867 tot 28787.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/09189edf0b1b49006b801c4eaad58ad3d1fab880f603e7f217fb3f1c718f2f7a | shasum -a 256