Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 november 2012

Alinea 35 Parket bij de Hoge Raad 13 november 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 november 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW9338.

4.9. Een prealabele vraag bij de beoordeling van het middel is of sprake is van observatie in het kader van het voorbereidend onderzoek in de onderhavige strafzaak, zoals voor toepassing van art. 359a Sv is vereist. De observaties van de verdachte vingen aan (ver) voordat sprake was van een redelijk vermoeden van een strafbaar feit waarmee de verdachte in verband kon worden gebracht. Deze observaties kunnen weliswaar, gezien het ruime opsporingsbegrip van art. 132a Sv, aangemerkt worden als opsporing, maar de vraag is of die opsporing plaatsvond in het voorbereidende onderzoek van de onderhavige strafzaak. Men zou kunnen zeggen dat alleen de laatste observatie, die tot aanhouding leidde, tot het voorbereidend onderzoek behoort en dat alle daaraan voorafgaande observaties daarom niet meetellen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/08f57f8586812cc097a49568ba578b9d215e93449002446a9993104d273d7233. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 08f57f8586812cc097a49568ba578b9d215e93449002446a9993104d273d7233, en de alinea staat in dat document op bytes 22984 tot 23802.