Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 november 2012

Alinea 48 Parket bij de Hoge Raad 13 november 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 november 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW9338.

"7.2.2. Art. 152 Sv schrijft voor dat de in die bepaling genoemde opsporingsambtenaren ten spoedigste proces-verbaal opmaken van het door hen opgespoorde strafbare feit of van hetgeen door hen tot opsporing, zoals thans gedefinieerd in art. 132a Sv, is verricht of bevonden. Redelijke uitleg van die bepaling in het licht van de aan een eerlijk proces te stellen eisen brengt het volgende mee. Het staat de in die bepaling genoemde opsporingsambtenaren slechts dan vrij het opmaken van een proces-verbaal achterwege te laten ingeval hetgeen door hen is verricht of bevonden naar hun, aan toetsing door de officier van justitie onderworpen, oordeel redelijkerwijs niet van belang kan zijn voor enige door de rechter in het eindonderzoek te nemen beslissing.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/08f57f8586812cc097a49568ba578b9d215e93449002446a9993104d273d7233. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 08f57f8586812cc097a49568ba578b9d215e93449002446a9993104d273d7233, en de alinea staat in dat document op bytes 35508 tot 36277.