Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 oktober 2012

Alinea 67 Parket bij de Hoge Raad 12 oktober 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 oktober 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW9869.

31. Welke rechtsverhouding er dan na het verstrijken van de huurtermijn gaat gelden, lijkt mij niet met één woord te zeggen. Vaak zal het zo zijn dat, juist om de gang van onderhandelingen niet te verstoren en de zaken niet op scherp te stellen, partijen over en weer een houding hebben ingenomen die de conclusie rechtvaardigt dat men, althans voor de duur van de onderhandelingen, met stilzwijgende verlenging van de huur heeft ingestemd - zodat het verantwoord is om aan te nemen dat de huurovereenkomst tussen partijen heeft voortgeduurd, tenminste totdat de onderhandelingen zijn mislukt/afgebroken; maar het kan ook zijn dat partijen zich zo hebben opgesteld dat er géén wilsovereenstemming over de situatie na het einde van de huurtijd kan worden aangenomen - of in elk geval geen wilsovereenstemming voor de situatie die ontstaat, nadat de onderhandelingen zijn spaakgelopen(15).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e45bd265eb284849444211d28d107815d9e2f1576afcfb4f159582a158ef010d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e45bd265eb284849444211d28d107815d9e2f1576afcfb4f159582a158ef010d, en de alinea staat in dat document op bytes 24901 tot 25805.