Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 oktober 2012
Alinea 70 Parket bij de Hoge Raad 12 oktober 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 oktober 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW9869.
34. Aan de hand van deze beschouwingen kom ik ertoe dat, althans in een geval als het onderhavige, waarin de partijen in het zicht van het einde van een huurovereenkomst over verlenging (zijn gaan) onderhandelen en daarover geen overeensteming hebben bereikt, de regel waarop onderdeel II.2 een beroep doet, niet kan worden aanvaard. Dit geval verschilt zodanig van het "normaaltype" dat bij de opstelling van de regel van art. 7:230 BW voor ogen heeft gestaan, dat het op zijn eigen merites moet worden beoordeeld: nagegaan moet worden wat, in het licht van de uitingen van partijen en de door deze ingenomen houding, als de op hun wilsovereenstemming dan wel op "aanvullende" redelijkheid te baseren contractuele rechtsverhouding moet worden aangemerkt; en soms zal in zo'n geval de conclusie (onvermijdelijk) zijn dat er géén vóórtgezette contractuele rechtsverhouding kan worden vastgesteld, en dat eventueel voortgezet gebruik van het gehuurde (dus) als gebruik-zonder-titel moet worden aangemerkt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e45bd265eb284849444211d28d107815d9e2f1576afcfb4f159582a158ef010d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e45bd265eb284849444211d28d107815d9e2f1576afcfb4f159582a158ef010d, en de alinea staat in dat document op bytes 26908 tot 27928.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e45bd265eb284849444211d28d107815d9e2f1576afcfb4f159582a158ef010d | shasum -a 256