Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2012

Alinea 28 Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW9968.

Dat in de blokhut in de tenlastegelegde periode nog iemand anders heeft verbleven danwel een derde de desbetreffende tassen (door tussenkomst van de verdachte en/of [betrokkene 3]) in de blokhut heeft achtergelaten, is niet gebleken. Daarbij komt dat zijn medeverdachte [betrokkene 3] heeft verklaard dat hij alleen met de verdachte en met niemand anders op [B] verbleef, dat hij samen met de verdachte in Nederland overal naartoe is gereden, dat de tassen van de verdachte waren, dat de navigatiesystemen vanuit de kofferbak van de auto waarin beiden reden in de hut terecht zijn gekomen en dat hij, [betrokkene 3], die tassen mogelijk wel eens van de kofferbak van de auto naar de blokhut heeft gedragen. Gelet hierop, alsmede op de omstandigheid dat de verdachte geen enkele redelijke verklaring heeft willen geven omtrent herkomst van de onderhavige tassen, is het hof van oordeel dat de verklaring van de verdachte dat de tassen niet van hem maar van een ander waren kennelijk leugenachtig is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e13b7bb09f75dbbfe988a7d4422d43a57c98305d7e47d3f67d139e7c26abfede. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e13b7bb09f75dbbfe988a7d4422d43a57c98305d7e47d3f67d139e7c26abfede, en de alinea staat in dat document op bytes 13112 tot 14123.