Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2012

Alinea 31 Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW9968.

12. Voor zover in de toelichting op het middel de opvatting wordt gehuldigd dat de kennelijke leugenachtigheid van de verklaring van de verdachte (ook) niet afgeleid mag worden uit de verklaring van de medeverdachte - kort gezegd vanwege de inherente onbetrouwbaarheid van zo'n verklaring - vindt het m.i. geen steun in het recht. In voorliggende gevallen is het aan de rechter voorbehouden om een oordeel te vormen over de betrouwbaarheid van de van de verdachte afwijkende verklaring van de medeverdachte.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e13b7bb09f75dbbfe988a7d4422d43a57c98305d7e47d3f67d139e7c26abfede. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e13b7bb09f75dbbfe988a7d4422d43a57c98305d7e47d3f67d139e7c26abfede, en de alinea staat in dat document op bytes 15170 tot 15690.