Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2012
Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW9970.
10. Het middel werpt de vraag op of ook in een dergelijk geval is vereist dat ter zake van het (impliciet) subsidiair tenlastegelegde feit voor de vervolging een overeenkomstig het bepaalde in art. 164 en 165 Sv, binnen de wettelijke termijn (art. 66 lid 1 Sr) ingediende klacht is vereist, ook wanneer vaststaat dat de klachtgerechtigde, zoals in het onderhavige geval, wenste dat de verdachte ter zake van belediging zou worden vervolgd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cf9b76f09b5123062543c25c4a27836668afcc16176d55b657011814bcc45ae2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cf9b76f09b5123062543c25c4a27836668afcc16176d55b657011814bcc45ae2, en de alinea staat in dat document op bytes 12248 tot 12700.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cf9b76f09b5123062543c25c4a27836668afcc16176d55b657011814bcc45ae2 | shasum -a 256