Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2012

Alinea 34 Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW9970.

14. Zoals de parlementaire geschiedenis laat zien is het vereiste van de klacht bedoeld om te voorkomen dat wordt vervolgd tegen de wens van de beledigde, terwijl de indiening van de klacht aan een termijn is gebonden opdat de beledigde de verdachte het zwaard van de vervolging niet onbeperkt boven het hoofd zou kunnen houden. Aan deze belangen heeft het Hof door voor de ontvankelijkheid van de vervolging ter zake van de (impliciet) subsidiair tenlastegelegde eenvoudige belediging geen overeenkomstig het bepaalde in art. 164 en 165 Sv, binnen de wettelijke termijn (art. 66 lid 1 Sr) ingediende klacht te eisen niet tekort gedaan. De politieambtenaar wenste immers vervolging, de verdachte werd daarvan door aanzegging van proces-verbaal ter zake van belediging op de hoogte gesteld en verkeerde dus niet in onzekerheid over de vraag of de beledigde vervolging wenste. Voorts in aanmerking genomen dat zich hier een zo curieus geval voordoet dat van een opsporingsambtenaar in redelijkheid niet kan worden verlangd een klacht in te dienen, heeft het Hof door voor de ontvankelijkheid van de vervolging ter zake van het (impliciet) subsidiair tenlastegelegde niet een overeenkomstig het bepaalde in art. 164 en 165 Sv, binnen de wettelijke termijn (art. 66 lid 1 Sr) ingediende klacht te eisen, naar mijn oordeel geen blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting, is zijn oordeel niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cf9b76f09b5123062543c25c4a27836668afcc16176d55b657011814bcc45ae2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cf9b76f09b5123062543c25c4a27836668afcc16176d55b657011814bcc45ae2, en de alinea staat in dat document op bytes 15851 tot 17298.