Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2012

Alinea 37 Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW9970.

17. De door mij verdedigde opvatting strookt met de wijze waarop de Hoge Raad de laatste decennia omgaat met het klachtvereiste. Formele gebreken plegen niet steeds aan ontvankelijkheid van de vervolging in de weg te staan. Ik noem HR 11 januari 1994, NJ 1994, 278, m.nt. ThWvV (indien een als klacht bedoeld stuk wel een aangifte maar geen verzoek tot vervolging inhoudt, kan niettemin het bestaan van een klacht als omschreven in het eerste lid van art. 164 Sv worden aangenomen indien op grond van het onderzoek ter terechtzitting komt vast te staan dat de klager ten tijde van het opmaken van bedoeld stuk de bedoeling had dat een vervolging zou worden ingesteld)(7), HR 14 oktober 1997, NJ 1998, 661, m.nt. Sch (indien buiten twijfel staat dat de tot klacht gerechtigde een klacht heeft willen indienen kan in bijzondere omstandigheden, met name indien de klacht niet aan een formeel vereiste voldoet en zulks redelijkerwijs kan worden toegerekend aan de politie, worden aangenomen dat een zodanig verzuim niet behoeft te leiden tot niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie in zijn vervolging).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cf9b76f09b5123062543c25c4a27836668afcc16176d55b657011814bcc45ae2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cf9b76f09b5123062543c25c4a27836668afcc16176d55b657011814bcc45ae2, en de alinea staat in dat document op bytes 19031 tot 20158.