Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2012
Alinea 41 Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW9978.
8.8. Ik wil in de tweede plaats opmerken dat de primaire variant van het primair tenlastegelegde ook andere (bewijs)vragen oproept, die ook beantwoord zouden moeten worden als op het bomberjack voor alle duidelijkheid voluit geschreven stond: "All Cops Are Bastards". Bewezen moet namelijk ook worden dat sprake is van belediging "door een feitelijkheid" gedaan "in de tegenwoordigheid" van de desbetreffende hoofdagent. Bij belediging door feitelijkheden kan worden gedacht aan gebaren (bijvoorbeeld middelvinger opsteken, Hitler-groet) en andere gedragingen (zoals spugen).(3) De vraag is of het dragen van een jas met daarop een bepaalde tekst eveneens een "feitelijkheid" in de zin van art. 266 Sr oplevert. Als iemand in het bijzijn van de politie demonstratief op de tekst op zijn bomberjack wijst, is dat een gebaar dat zonder veel twijfel als een feitelijkheid kan worden aangemerkt. Maar met het enkele dragen van de jas is dat mogelijk anders. De verdachte droeg zijn bomberjack neem ik aan ook al voordat de hoofdagent hem in het vizier kreeg. Werd dat dragen opeens een feitelijkheid doordat de agent zijn blik op de verdachte richtte? Moet het bij de feitelijkheden waarvan art. 266 Sr spreekt niet gaan om gebaren en gedragingen die betrekking hebben op de "iemand" in wiens tegenwoordigheid zij worden gemaakt en verricht?
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cf58ed62ea3fecef58365e7fef0fdd6ecb54b86771a4336282b6a34796c705ba. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cf58ed62ea3fecef58365e7fef0fdd6ecb54b86771a4336282b6a34796c705ba, en de alinea staat in dat document op bytes 21671 tot 23021.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cf58ed62ea3fecef58365e7fef0fdd6ecb54b86771a4336282b6a34796c705ba | shasum -a 256