Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2012
Alinea 52 Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW9985.
7. Bij de beoordeling van het middel moet gelet op HR 24 februari 2004, LJN AO1498, NJ 2004/375 m.nt. Mevis het volgende worden vooropgesteld. Voor het aannemen van een poging in de zin van art. 45 Sr is voorwaardelijk opzet voldoende. Voorwaardelijk opzet op een bepaald gevolg - zoals bijvoorbeeld de dood - is aanwezig indien de verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat dit gevolg zal intreden.(1) De beantwoording van de vraag of de gedraging de aanmerkelijke kans op een bepaald gevolg in het leven roept, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval, waarbij betekenis toekomt aan de aard van de gedraging en de omstandigheden waaronder deze is verricht. Er is geen grond de inhoud van het begrip 'aanmerkelijke kans' afhankelijk te stellen van de aard van het gevolg. Het zal in alle gevallen moeten gaan om een kans die naar algemene ervaringsregelen aanmerkelijk is te achten. Bepaalde gedragingen kunnen naar haar uiterlijke verschijningsvorm worden aangemerkt als zo zeer gericht op een bepaald gevolg dat het - behoudens contra-indicaties - niet anders kan zijn dan dat de verdachte de aanmerkelijke kans op het desbetreffende gevolg heeft aanvaard.(2)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/99fef3c7433276289a51d19e4d835679abeba22016899a59b8db25e594886244. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 99fef3c7433276289a51d19e4d835679abeba22016899a59b8db25e594886244, en de alinea staat in dat document op bytes 17531 tot 18755.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/99fef3c7433276289a51d19e4d835679abeba22016899a59b8db25e594886244 | shasum -a 256