Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2012
Alinea 38 Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW9987.
14. Een daad van vervolging in de zin van art. 72, eerste lid, Sr die de verjaring stuit, betreft een daad van of namens een justitiële autoriteit die erop gericht is tot een voor tenuitvoerlegging vatbare strafrechtelijke uitspraak te geraken.(14) Onder dit begrip vallen onder meer de vordering van het openbaar ministerie tot het instellen van een gerechtelijk vooronderzoek, de vordering van het openbaar ministerie tot inbewaringstelling, het uitbrengen van de dagvaarding ter terechtzitting door het openbaar ministerie, de betekening van de verstekmededeling, het aanhouden van de verdachte ter executie van een rechterlijke uitspraak, de behandeling van de zaak op de terechtzitting en het veroordelend vonnis of arrest.(15) Meer specifiek voor uitleveringszaken geldt dat ook het bevel tot aanhouding krachtens art. 21, eerste lid, Uitleveringswet kan worden aangemerkt als een daad van vervolging zoals bedoeld in art. 72, eerste lid, Sr.(16)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4ecd14d9ac5271a85e8becf3e5442c3d88ac169af0cbe8c62f270a1ed3233c1b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4ecd14d9ac5271a85e8becf3e5442c3d88ac169af0cbe8c62f270a1ed3233c1b, en de alinea staat in dat document op bytes 23760 tot 24727.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4ecd14d9ac5271a85e8becf3e5442c3d88ac169af0cbe8c62f270a1ed3233c1b | shasum -a 256