Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 november 2012
Alinea 19 Parket bij de Hoge Raad 16 november 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 november 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BX0731.
Aangenomen dat de ontvankelijkheid van verzoeker in zijn cassatieberoep niet reeds afstuit op de omstandigheid dat het cassatierekest zelf niet is ondertekend door de advocaat bij de Hoge Raad die het cassatierekest heeft ingediend zoals voorgeschreven door art. 426a Rv. (zie ook HR 10 juli 2009, LJN BI0773, NJ 2010/212, m.nt. Snijders) omdat in casu de aanbiedingsbrief wel door deze advocaat is ondertekend, moet de conclusie zijn dat de verzoeker gelet op art. 130 lid 2 Rv., dat in de verzoekschriftprocedure van overeenkomstige toepassing is, niet kan worden ontvangen in zijn cassatieberoep tegen de beslissing van het hof om zijn aanvullend verzoek als in strijd met de goede procesorde te passeren.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/362016a389402beaa71fb0e6815008c63b829bbacede85b2b6e01500a394c3da. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 362016a389402beaa71fb0e6815008c63b829bbacede85b2b6e01500a394c3da, en de alinea staat in dat document op bytes 11522 tot 12244.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/362016a389402beaa71fb0e6815008c63b829bbacede85b2b6e01500a394c3da | shasum -a 256