Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 november 2012

Alinea 135 Parket bij de Hoge Raad 9 november 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 november 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BX0736.

4.30 Alleen al om de onder 3 vermelde reden is de vraag of de onjuistheid van rov. 3.8.4 tot cassatie kan leiden. Belangrijker nog is het volgende. In beginsel had het Hoogheemraadschap de vrijheid om (alsnog) een vergoeding te vragen voor het voortgezet gebruik van de steiger, waarbij het gaat om een vergoeding voor het gebruik van zijn eigendom. Het Hoogheemraadschap had evenwel niet de vrijheid om zo'n privaatrechtelijke vergoeding eenzijdig op te leggen,(10) wat het in casu wél heeft gedaan; zie onder 1.12. Dat laat onverlet dat in het geval dat [verweerder] niet zou willen instemmen met een redelijke vergoeding voor het - kort gezegd - privaatrechtelijk gebruik van de steiger in beginsel beëindiging van de privaatrechtelijke toestemming mogelijk zou zijn geweest. In deze procedure heeft het Hoogheemraadschap geen verklaring voor recht gevorderd dat zijn "aanbod" aan [verweerder] redelijk was, terwijl [verweerder] dat aanbod niet had mogen weigeren, zodat het daarom mogelijk was om het privaatrechtelijk gebruik te beëindigen. Bij die stand van zaken kan het cassatieberoep niet slagen omdat het in feite in te laat stadium vragen aan de orde stelt die zich, gezien de verwevenheid met de feiten en de waardering daarvan, niet lenen voor beoordeling in cassatie.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4549022b39dc2714b305636677bab52e735d84782a5ab6ac382971f428e7b787. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4549022b39dc2714b305636677bab52e735d84782a5ab6ac382971f428e7b787, en de alinea staat in dat document op bytes 40438 tot 41735.