Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2012

Alinea 46 Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BX1295.

2.14 Onderdeel 2.3 klaagt over de in rov. 4.12 gehanteerde motivering dat "onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat die behoefte (van de drie kinderen; LK) verschillend is." Volgens het onderdeel laat de behoefte van [kind 2] en [kind 3] zich niet vaststellen zonder financiële stukken met betrekking tot het inkomen van de huidige partner van de vader, en kon en mocht het hof daarom niet, zonder over die stukken te beschikken, oordelen dat onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat de behoefte van de kinderen verschilt. Te meer waar het hof partijen ter comparitie heeft voorgehouden dat het zou beslissen of stukken dienen te worden overgelegd, had het hof minst genomen een gemotiveerde beslissing ter zake moeten nemen. Althans had het hof, nog steeds volgens het onderdeel, uit de (expliciete) weigering van de vader die stukken over te leggen, de conclusie moeten trekken die het geraden achtte en daarvan voldoende kenbaar inzicht moeten geven. Nu het hof een en ander heeft nagelaten, heeft het hof het ontbreken van die stukken kennelijk voor risico van de moeder gelaten, in welk verband het onderdeel verwijst naar de in subonderdeel 2.2 berekende verdeling van 4/6, 1/6 en 1/6.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1e55c548ce9d04aa4f1952deb8bc4169042db684de55d606a74cd4e05e69d074. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1e55c548ce9d04aa4f1952deb8bc4169042db684de55d606a74cd4e05e69d074, en de alinea staat in dat document op bytes 27462 tot 28664.