Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2012

Alinea 67 Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BX1295.

5 Iets voorzichtiger is het Rapport alimentatienormen, versie 2010. De in voetnoot 4 geciteerde passage vervolgt aldus: "Ook kan van belang zijn of, en zo ja hoeveel, een bijdrage van derden ten behoeve van een kind wordt of kan worden verkregen." Zie ook de in voetnoot 4 reeds genoemde beschikking van 22 april 2005, waarin ten vervolge op de in die voetnoot reeds geciteerde passage als volgt wordt overwogen: "Het hof (...) heeft zijn beslissing klaarblijkelijk op deze regel gebaseerd. Door te overwegen dat daarbij niet van belang is wat door de andere ouders van deze kinderen wordt betaald, heeft het hof evenwel miskend dat de bijdrage die de vader van J. in de kosten van haar verzorging en opvoeding levert, althans behoort te leveren, mede bepalend is voor de omvang van het voor rekening van de vrouw blijvende gedeelte van de behoefte van J. Eerst indien de hoogte van de door de vader van J. verschuldigde bijdrage in aanmerking wordt genomen, dan wel is bepaald, kan daarom worden beoordeeld of de draagkracht van de vrouw inderdaad onvoldoende is om aan haar verplichtingen jegens beide kinderen volledig te voldoen en, zo ja, hoe, gelet op de bij J. aldus resterende behoefte, het bij de vrouw voor onderhoud beschikbare bedrag tussen de kinderen moet worden verdeeld." Hierbij moet wel worden bedacht dat de Hoge Raad zich in de in voetnoot 4 genoemde beschikkingen slechts heeft uitgelaten over de vraag hoe de draagkracht over de onderhoudsgerechtigden moet worden verdeeld indien zij ontoereikend is om aan alle onderhoudsverplichtingen van de betrokken onderhoudsplichtige te voldoen, en niet ook over de vraag hoe een op zichzelf toereikende draagkracht moet worden verdeeld, louter en alleen om een draagkrachtvergelijking met andere onderhoudsplichtigen mogelijk te maken. In de beschikking van 22 april 2005 heeft de Hoge Raad kennelijk het geval willen uitsluiten dat de te verdelen draagkracht, tezamen met die van de andere onderhoudsplichtigen, voor de voldoening van elk van de betrokken onderhoudsverplichtingen toereikend is, maar als gevolg van een bij voorbaat gelijke verdeling daarvan niettemin jegens (een) bepaalde onderhoudsgerechtigde(n) tekortschiet. Overigens heeft annotator Wortmann in haar NJ-noot de door de Hoge Raad in die beschikking gekozen oplossing als in de praktijk niet werkend bekritiseerd. Zie ook Asser/De Boer I* (2010), nr. 1034: "Uiteraard is ook denkbaar dat zowel de niet-verzorgende ouder als de verzorgende ouder kinderen uit verschillende relaties hebben en beiden onvoldoende draagkracht. Vaststelling van de kinderbijdragen wordt dan extreem ingewikkeld. Het stelsel roept ook procedures (tot eerste vaststelling of wijziging ten aanzien van andere kinderen) op."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1e55c548ce9d04aa4f1952deb8bc4169042db684de55d606a74cd4e05e69d074. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1e55c548ce9d04aa4f1952deb8bc4169042db684de55d606a74cd4e05e69d074, en de alinea staat in dat document op bytes 37042 tot 39788.