Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 december 2012

Alinea 145 Parket bij de Hoge Raad 11 december 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 december 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BX3620.

In oktober 2004 was [verdachte] bij ons in Nispen. Ter sprake kwam dat hij iemand kende die ook een erfenis had. Volgens [verdachte] kon deze persoon nog niet bij het geld van deze erfenis. Deze persoon zou een nieuwe auto hebben gekocht maar omdat het geld nog niet vrij was, zo vertelde [verdachte], konden zij de auto niet betalen. Nu vroeg [verdachte] ons of wij die persoon 30.000 euro wilden lenen voor de duur van drie maanden. Hierna zouden wij 30.000 euro terugkrijgen plus 3.000 euro rente. Daar wij veel vertrouwen in [verdachte] hadden, hebben mijn man en ik besloten om [verdachte] dit geld te lenen zodat hij die mensen kon helpen. [Verdachte] vertelde ons dat wij het geld moesten overboeken naar [C] op rekening [001]. Van onze geldlening aan [verdachte] is niets op papier gezet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/321f71f253d2710387a36633b88ad2b923e604e46b1b575d984a669613c1d87b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 321f71f253d2710387a36633b88ad2b923e604e46b1b575d984a669613c1d87b, en de alinea staat in dat document op bytes 31147 tot 31956.