Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 december 2012
Alinea 228 Parket bij de Hoge Raad 11 december 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 december 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BX3620.
[Betrokkene 1] heeft verklaard dat zij in de periode 1 maart 1994 tot en met 25 maart 2007 in totaal 218.000 gulden aan verdachte heeft geleend om dit vervolgens te laten beleggen door verdachte in onroerend goed. Daarvan is 80.000,-- gulden op een bankrekening in Luxemburg gezet en later overgeboekt naar een VSB-bankrekening in Breda, omdat er - zoals verdachte [betrokkene 1] had gezegd - iets was misgegaan bij de bank in Luxemburg. [Betrokkene 1] heeft hierover verklaard dat, toen zij niets hoorde over haar geld op de bankrekening in Luxemburg en zij hiernaar informeerde bij verdachte, hij haar vertelde dat zij het geld pas terug zou kunnen krijgen, indien zij een onderpand zou hebben hiervoor. Voor het overige is het geld belegd in onroerend goed. Verdachte heeft echter niets aan [betrokkene 1] terugbetaald.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/321f71f253d2710387a36633b88ad2b923e604e46b1b575d984a669613c1d87b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 321f71f253d2710387a36633b88ad2b923e604e46b1b575d984a669613c1d87b, en de alinea staat in dat document op bytes 45401 tot 46236.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/321f71f253d2710387a36633b88ad2b923e604e46b1b575d984a669613c1d87b | shasum -a 256