Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 december 2012
Alinea 244 Parket bij de Hoge Raad 11 december 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 december 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BX3620.
7. Bij de beoordeling van het middel dient vooropgesteld te worden dat van het "zich wederrechtelijk toe-eigenen" als bedoeld in art. 321 Sr sprake is indien een persoon zonder daartoe gerechtigd te zijn als heer en meester beschikt over een goed dat aan een ander toebehoort.(2) Van een dergelijke toe-eigening kan bijvoorbeeld worden gesproken indien geschonken geld in strijd met het doel waarvoor het geld ter beschikking was gesteld is aangewend(3) of indien door een bewindvoerder zonder overleg met, en dus zonder toestemming van, de rechthebbende gelden van het beheerde vermogen aan een ander ter lening worden verstrekt.(4)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/321f71f253d2710387a36633b88ad2b923e604e46b1b575d984a669613c1d87b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 321f71f253d2710387a36633b88ad2b923e604e46b1b575d984a669613c1d87b, en de alinea staat in dat document op bytes 54447 tot 55094.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/321f71f253d2710387a36633b88ad2b923e604e46b1b575d984a669613c1d87b | shasum -a 256