Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 december 2012

Alinea 276 Parket bij de Hoge Raad 11 december 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 december 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BX3620.

21. De derde klacht van het middel heeft betrekking op de bewezenverklaarde verduistering van het geldbedrag toebehorende aan [betrokkene 7]. In de toelichting op de klacht wordt opgekomen tegen 's Hofs overweging dat de verdachte zou hebben verklaard dat met [betrokkene 7] was overeengekomen dat het geld zou worden belegd in onroerend goed. Volgens de toelichting op de klacht blijkt uit de door het Hof gebezigde bewijsmiddelen niet hoe verdachte de afspraak dat belegd zou worden in onroerend goed zou hebben bevestigd, en is het oordeel van het Hof dat het geld niet is belegd, en het geld daarmee in strijd met de afspraken is beheerd, onbegrijpelijk c.q. onjuist, dan wel ontoereikend gemotiveerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/321f71f253d2710387a36633b88ad2b923e604e46b1b575d984a669613c1d87b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 321f71f253d2710387a36633b88ad2b923e604e46b1b575d984a669613c1d87b, en de alinea staat in dat document op bytes 64666 tot 65384.