Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 december 2012

Alinea 286 Parket bij de Hoge Raad 11 december 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 december 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BX3620.

23. Hoewel de bewijsmiddelen inderdaad niet inhouden dat de verdachte wat betreft het object van de belegging heeft verklaard dat hij - zoals het Hof in zijn nadere bewijsoverweging overweegt - met [betrokkene 7] is overeengekomen dat het geld zou worden belegd in onroerend goed, en de processen-verbaal van de terechtzittingen in eerste aanleg en in hoger beroep evenmin een dergelijke verklaring inhouden, heeft het Hof uit de bewijsmiddelen zonder meer kunnen afleiden dat de verdachte het geld in strijd met de gemaakte afspraken heeft beheerd en zich derhalve het geldbedrag van € 20.000,- wederrechtelijk heeft toegeëigend. Immers deze vaststellingen houden in de schriftelijke overeenkomst tussen [betrokkene 7] en [B] B.V., inhoudende dat [B], in de persoon van de verdachte als vertegenwoordiger van de B.V., als belegger optreedt van het door kredietgever [betrokkene 7] aan de B.V. uitgeleende geld en verdachtes verklaring dat hij het geld niet heeft belegd, maar het geld voor het betalen van sociale lasten heeft gebruikt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/321f71f253d2710387a36633b88ad2b923e604e46b1b575d984a669613c1d87b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 321f71f253d2710387a36633b88ad2b923e604e46b1b575d984a669613c1d87b, en de alinea staat in dat document op bytes 66733 tot 67787.