Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 december 2012
Alinea 81 Parket bij de Hoge Raad 11 december 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 december 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BX3620.
In het begin van het jaar 2006 werd ik telefonisch benaderd door [verdachte], hij probeerde mijn interesse te wekken voor het beleggen van mijn geld. Op 2 mei 2006 is [verdachte] bij mij aan huis gekomen. We hebben gesproken over het beleggen van een gedeelte van mijn spaargeld. Ik hoorde dat [verdachte] mij uitlegde, als ik EUR 30.000 zou beleggen, ik aan het einde van het jaar 2006 EUR 4.500 rente zou ontvangen. Ik vond dit een aantrekkelijk vooruitzicht en stemde toe met het beleggen van een gedeelte van mijn spaargeld. Ik ben op 2 mei 2006 met [verdachte] naar mijn bank gegaan te Roosendaal. Ik heb daar EUR 30.000 van mijn spaarrekening laten overmaken naar [B] BV. Dit is aangegeven op de overeenkomst die ik heb getekend.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/321f71f253d2710387a36633b88ad2b923e604e46b1b575d984a669613c1d87b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 321f71f253d2710387a36633b88ad2b923e604e46b1b575d984a669613c1d87b, en de alinea staat in dat document op bytes 19475 tot 20223.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/321f71f253d2710387a36633b88ad2b923e604e46b1b575d984a669613c1d87b | shasum -a 256