Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 november 2012

Alinea 64 Parket bij de Hoge Raad 30 november 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 november 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BX4029.

5.4.5. Het Hof is echter van oordeel dat nu de heffing van de bouwleges in een concreet geval niet plaatsvindt ter financiering van de desbetreffende concrete tegenprestatie (i.c. het in behandeling nemen van de vergunningaanvragen van belanghebbende), en tussen de hoogte van de leges enerzijds en de omvang van de terzake van gemeentewege verstrekte diensten dan wel de voor de dienst door de gemeente gemaakte kosten anderzijds ook geen rechtstreeks verband vereist is (vgl. Hoge Raad, 24 december 1997, nr. 32569, LJN AA3345), de heffing van leges dermate overeenkomt met heffing van zuivere belastingen, dat een geschil omtrent de heffing of teruggave van leges zoals het onderhavige voor de toepassing van artikel 6 EVRM op één lijn moet worden gesteld met een "tax dispute" zoals aan de orde was in het aangehaalde arrest Ferrazzini v. Italy. Hieruit volgt dat ook op de geschillen als het onderhavige artikel 6 EVRM niet van toepassing is. Dit oordeel wordt in de visie van het Hof versterkt door de omstandigheid dat het verband tussen de legesheffing en de eigendom van degene die de aanvraag tot dienstverlening door de overheid doet aanzienlijk minder direct is dan die in een geval zoals dat waarvan sprake was in het hiervoor aangehaalde arrest Stork v. Germany.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d871aabcc9fb88dbf96835994f61d368b3692412f22fcc562bf4615fe8e4090e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d871aabcc9fb88dbf96835994f61d368b3692412f22fcc562bf4615fe8e4090e, en de alinea staat in dat document op bytes 18405 tot 19696.